zondag 6 juli 2025

MET DE KENNIS VAN NU....

Tja, als ik toen had geweten wat ik nu weet, had ik het heel anders gedaan. 

Al ruim 35 jaar lag een prachtige trui in de kast: een "Ierse" trui van jeanskatoen. Prachtig. Heel veel uren werk in gestopt. 

Maar ..... hij heeft ook al die tijd echt in de kast gelegen. Niet draagbaar. De omvang is ruim 1.40 meter maar voor mij is 1 meter omvang ruim voldoende. Jammer van al dat werk! 

Waarom heeft hij er dan zo lang gelegen? Omdat hij echt prachtig is, en het gewoon pijn doet om hem weg te doen. Of uit te halen. Au!

Toch begon het intussen ook wel heel erg veel pijn te doen dat die prachtige trui daar maar lag te niksen. Ik heb dus al een tijd keihard lopen denken over een oplossing: 

1. Onder de naaimachine leggen, zijnaden een flink stuk innemen, evenals de oksel en de bovenkant van de mouwen. T-shirt model overhouden. Bezwaren: je houdt waarschijnlijk een prop over onder de oksel. Natuurlijk kun je het overtollige textiel afknippen, maar dan moet je een oplossing vinden voor al die losse zijsteken, en omdat het katoen is gaat het niet vilten dus vind ik het riskant. 

2. Zijnaden loshalen, stuk van de zijkanten afknippen, en de mouwen opnieuw inzetten. Bezwaren: de mouwinzet komt dan meer naar boven, dus worden de mouwen te kort. Het probleem met de doorgeknipte steken speelt ook hier. 

3. Weggeven. Bezwaren: dit rare model gaat niemand passen. Bovendien ook emotioneel te moeilijk. 

4. Uithalen en opnieuw breien. Het enige logische alternatief. 

Dus ben ik, met een klein beetje aanmoediging van een vriendin de op bezoek was, maar eens begonnen met voorzichtig de naden loshalen. En als je eenmaal begonnen bent, is er geen weg meer terug. 

Na een uurtje of vier prutsen heb ik de voorkant uitgehaald, 7 bollen (samen 230 gram) liggen te wachten op de volgende fase. 

.....

2 jaar later: intussen de hele trui uitgehaald. Garen opgewonden in strengen. Strengen gestoomd om de kronkels te laten ontspannen. 





Nog geen puf gehad voor de volgende stappen: strengen weer opwinden, patroon uitzoeken en aan de slag!  Maar het moment komt vast wel een keer!






dinsdag 7 juni 2022

TOCH NIET STILGEZETEN

Ja hahaa! De vorige keer had ik het hier over mijn goede voornemens, maar dat is toch alweer 5 maanden geleden. 

Ik heb in de tussentijd wel de nodige projecten afgebreid, maar NIET de gelegenheid gevonden om daar hier iets over op te schrijven.

Ik ga maar eens proberen om dat in te halen. 

Om te beginnen heb ik in mijn vorige post wel drie damestruien aangekondigd. Ik kan jullie vertellen dat die intussen allemaal klaar zijn. Het zal wel even duren tot het weer koud genoeg is om ze te dragen, maar ik ben wel trots op het resultaat. 

De eerste was de trui Cooped Up, en die heb ik gebreid voor mijn schoondochter. Zij is tamelijk stoer, en ook wel dol op de kippen die achter in de tuin wonen en zorgen voor een constante stroom van verse eitjes. Een mooie trui met een ingebreide rand van kippen (maar misschien zijn het wel hanen) was het resultaat. Van onder naar boven gebreid, dus het leukste kwam het laatst. Op de foto zie je mij, en ik heb een detailfoto van de sierrand toegevoegd. Mocht het je opvallen dat die kippen de andere kant oplopen, dat klopt: het zelfportret is in de spiegel genomen. 

Het garen is Merino Extra Fine van Drops, heerlijk zacht. Gebreid op naalden 4 voor het effen gedeelte, en 4,5 voor de fair isle rand. 

Omdat ik dat altijd zo mooi vind, heb ik aan het patroon een lichte taillering toegevoegd. Voor mezelf zou deze trui net iets te hoog tegen de keel aanzitten, maar schoondochter vindt deze hoogte juist ideaal!





Mijn tweede grote werkstuk dat de afgelopen maanden van de pennen gerold is, was een -ook weer- fair isle trui voor mezelf. Al lang had ik dit model op het oog, maar nu had ik ook het garen gevonden waar ik hem mee wilde maken: diezelfde Merino Extra Fine, maar nu in de kleur ijsblauw met contrastkleur donkerbruin. Het patroon heet Lena en wordt ook van beneden naar boven gebreid. Ik vond dat het breisel wel wat losser mocht, dus deze heb ik voor het effen gedeelte gebreid op naald 4,5, en het inbreiwerk op naald 5. 
Het is altijd wel gewenst om je naalden een maatje dikker te nemen zodra je met 2 kleuren werkt. Onwillekeurig wordt je breisel strakker en om te voorkomen dat je dat ziet compenseer je door de naalddikte aan te passen. 

Weer een zelfportret met zelfgebreide trui. Waarom ik weg ben van dit patroon, is het bijzondere van het inbreiwerk. Niet alleen wordt er met kleur gespeeld, maar ook met afwisseling van Recht en Averecht, zoals je in bijgaande detailfoto kunt zien.
Zoals je als lezer misschien ook wel weet, kun je de draad die je een aantal steken niet gebruikt, niet eindeloos "meenemen" achter je werk. Je moet hem (afhankelijk van waar je mee werkt en wat je hand van breien is) af en toe "vangen", om te voorkomen dat je lussen krijgt waar je met vingers of ringen in gaat blijven hangen. Maar ook voor de regelmatigheid van je breiwerk is het goed. Ik heb nogal zitten puzzelen hoe dat moest met de averechte gedeeltes. Als je daar de contrastkleur "vangt" (hier de bruine kleur) komt die aan de goede kant te zien. Het patroon gaf daar geen uitsluitsel over. Uiteindelijk heb ik bedacht dat die zichtbare gevangen steken dan maar deel moesten uitmaken van het motief, en dat plaatst ze midden op het driehoekje in het midden. Het driehoekje is dus een torentje geworden. Hetzelfde heb ik meer naar boven gedaan met de "ruiten". Ik vind het er goed uitzien. 
Je ziet dat de hals van deze trui mijn keel goed vrij laat, dus ik ben helemaal happy!!!

Dan had ik (al in oktober) een trui op de pennen gezet die ik op papier ook heel leuk vond: Apple Valley bovenstaande foto is afkomstig van de patroonpagina.

Deze trui wordt van boven naar onder gebreid, en eerlijk gezegd twijfelde ik al heel erg toen ik halverwege het inbrei gedeelte was. Die nek zat me veel te strak, maar ik hoopte dat het nog wat zou bijtrekken als de mouwen er aan zouden zitten. Dus dapper doorgebreid, maar het project heeft wel lang stilgelegen omdat ik veel meer zin had in beide bovengenoemde truien. Uiteindelijk is het na 6 maanden toch nog afgekomen, maar wat ik al vreesde bleek het geval: die nek kroop omhoog tegen mijn keel, dus liep ik de hele dag aan de trui te sjorren en dan weet je dat het niet goed is. Beter meteen maar aanpakken dan..... Ik heb mijn breinaald geregen door de eerste rij steken direct onder de halsboord; daarna de draad doorgeknipt en de halsboord verwijderd. 

Omdat de steken die ik toen op de naald had eigenlijk een meerderronde waren (Top-down gedacht) had ik een stelletje onregelmatige steken (oorspronkelijk 2 steken in 1 gebreid) dus die ronde heb ik ook nog uitgehaald. Toen ik de boel toch terug moest breien heb ik meteen maar de kans gegrepen om de hals aan de achterkant wat hoger te maken door een aantal onvolledige toeren te breien. Daarna 1 volledige ronde averecht, 1 ronde recht, 1 ronde averecht en afkanten. Veel blijer!!!

Uiteindelijk is hij ook veel aansluiterder geworden dan het voorbeeld, maar voor nu vind ik dat wel fijn. Fijner dan een aantal truien uit het verleden die altijd veel ruimer bleken uit te vallen dan ik bedoeld had. 



Dan zijn er dit jaar nog van mijn pennen gerold: 1 paar vingerloze handschoentjes, en van het zelfde garen ook nog 2 paar sokken maatje 42. Tja dat is altijd meer doorbreien dan sokken voor de dochter (in het paars, maatje 36)








vrijdag 7 januari 2022

NIEUWJAARSVOORNEMENS 2022

 Echt waar, het is al meer dan anderhalf jaar geleden dat ik hier iets nieuws geschreven heb. 

In de tussentijd heb ik echt wel gebreid, waarover later meer. 

Maar het blijkt steeds meer dat mijn hart -meer nog dan bij het breien zelf-  ligt bij het delen van het plezier en het overbrengen van de kennis. Door Corona ging daar een dikke streep door. In het begin heb ik nog wel individuele afspraken gemaakt, maar na een poosje ging dat ook niet meer. De cursusjes en breiochtendjes hier aan de keukentafel kwamen volledig stil te liggen, en daardoor werd het ook stil op het blog. Van mijn kant dan, ik kan aan mijn statistieken zien dat er de hele tijd wel bezoekers op mijn blog zijn geweest. 

Doordat wij voorjaar 2019 volledig in lockdown gingen, kwam er ook een kink in de kabel bij mijn laatste sokkencursus. Helemaal precies weet ik het niet meer, maar het laatste huiswerk was de hielflap geweest, en toen hield alles op en zaten de cursistes met een halve sok. De uitgeschreven instructies kon ik natuurlijk nog wel opsturen, maar juist bij het keren van de hiel en het opnemen van de steken is het wel handig als "de juf" mee kan kijken, en je zogezegd bij de hand nemen. Lang leve Facetime, Zoom en alle andere manieren van videobellen. Na wat gepruts is het mij gelukt de opstelling zo te maken dat de camera mijn handen goed in beeld kreeg, en zijn het toch nog een paar aanschouwelijke lessen geworden. De beoogde sokken zijn intussen met goed gevolg afgebreid, en intussen zijn er nog vele gevolgd!

Ook kwam er via het blog af en toe een breivraag binnen. Dat vind ik hartstikke leuk. De breister met de vraag kan hopelijk weer verder met een techniekje, het vinden van een patroon of het oplossen van een probleempje. En soms levert het ook nog leuke nieuwe contacten op. Dus... heb je een vraag, aarzel niet en stel hem. En natuurlijk worden foto's van het eindresultaat met veel plezier hier gedeeld, als je daar tenminste toestemming voor hebt gegeven! 

Omdat ik destijds ook toewerkte naar mijn nieuwe status als oma, kon ik mijn tijd mooi besteden aan het breien van babyachtige dingen. Zo zijn er sokjes en slofjes, truitjes en vestjes, en zelfs ook nog een beertje Vera van de pennen gerold.


De baby woont in Frankrijk, en het is/was niet makkelijk om op bezoek te gaan, maar het is er gelukkig wel een paar keer van gekomen. Na mijn kraambezoek kreeg ik huiswerk mee terug: een aangeschaft haakpakket lag daar te wachten op een ervaren haakster, dus heb ik ook Pedro de Lama bij mijn volgende bezoek kunnen overhandigen. Bijgaande foto is afkomstig van de fabrikant van het haakpakket, de mijne zag er wel ongeveer hetzelfde uit.

Intussen is de kleinzoon 16 maanden oud, en heeft hij van mij ook een zelfgehaakte Kikker kado gekregen. Hoewel het een echt auto-jongetje is en hij tot nu toe niet echt veel belangstelling had voor knuffeldieren, is Kikker (die hij al kende uit zijn voorleesboek van Max Velthuijs) intussen met liefde aangenomen. Dat vindt deze oma natuurlijk geweldig!


Naast al dit liefdewerk heb ik natuurlijk ook gewerkt aan een paar projecten voor mezelf. Dat zijn natuurlijk grotemensenmaten en daarom kost dat allemaal meer tijd. 
Zo heb ik uiteindelijk ook dit leuke voorjaarstruitje afgemaakt (patroon hier te vinden)

en zijn er de nodige sokken van de pennen gerold voor diverse liefhebbers. Sokken zijn altijd fijn om te doen, het meeste kan ik uit mijn hoofd, soms een extra grapje om het interessant te houden, en altijd goed mee te nemen voor onderweg in treinen of wachtkamers. 
Op dit moment staan er nog twee truien op de pennen, een voor mezelf en een voor een schoondochter, en daarna heb ik voor mezelf nog een tweede trui op het oog. Maar daarover vertel ik wel een volgende keer. 
Waar zijn jullie mee bezig? 







zondag 10 mei 2020

.... EN VERBETEREN

Weten jullie nog mijn Eloise trui van groene alpaca wol, naar een patroon van Drops?
Ik heb mezelf er nog mooi mee op de foto gezet, kijk maar. Dat was dus de trui waarmee ik mezelf toen een stevige peesontsteking in mijn duim heb bezorgd waardoor ik een half jaar niet heb kunnen breien.
Ik heb deze trui nu een heel seizoen gedragen, en in het gebruik viel me iets op: ik had steeds de neiging om de onderboord een beetje naar achteren weg te trekken. Als je heeel goed naar bovenstaande foto kijkt zie je ook, voor de kijker links, dat de boord een beetje afstaat van de heup. Anders gezegd, de onderkant viel iets te wijd, en ik denk wel dat dat in het dragen ook nog een beetje is versterkt. 
Nu vind ik altijd dat ik al de energie die ik in het maken heb gestoken, toch weer een beetje moet terugverdienen in het draagplezier. Aan de ene kant is dat prima gelukt en kreeg ik ook veel complimenten, die dan eigenlijk altijd over de prachtige bovenkant gingen. Aan de andere kant dus niet, omdat ik alsmaar liep te sjorren. En je ziet ook dat het boordje de neiging heeft om naar boven te vouwen. 
Ik vond het dus de moeite waard om het draagplezier te verhogen door er nog wat extra energie in te stoppen: die onderkant moest minder wijd. Dat klinkt eenvoudiger dan het is, maar uiteindelijk heeft het niet eens zo vreselijk veel tijd gekost. Scheelt natuurlijk wel dat we nu allemaal huisarrest hebben en er dus veel andere activiteiten zijn weggevallen. 

Het stappenplan: 
- vaststellen hoeveel extra ruimte er weg moest: zo ongeveer 8 cm. Vanaf de opzet tot aan de taille had ik 5 keer steken geminderd. Ik wilde wel een beetje taille overhouden (dat vind ik vaak het mooie aan de patronen van Drops Garnstudio), dus de bovenste twee minderingen heb ik gehouden. 

- het stuk met de drie onderste minderingen uithalen. De trui was van onder naar boven gebreid dus dat gaat zomaar niet. Dit heb ik opgelost door eerst een iets dunnere rondbreinaald te rijgen door alle steken op de beoogde hoogte. Daarna heb ik de draad van de toer er onder doorgeknipt en voorzichtig al die steken losgehaald. Resultaat: mijn trui ondersteboven met alle steken op de naald.

- het losgeknipte stuk uithalen. Omdat ik nu de bovenkant van dat breisel kon benaderen, kon ik makkelijk dat stuk uithalen. Dit gedeelte was gebreid met een dubbele draad. Die heb ik (als dubbele draad) rond mijn elleboog tot een streng gewikkeld.

- de kronkels uit de uitgehaalde wol halen door de streng te stomen en hangend te laten drogen.
- de streng weer tot een cake winden met mijn brother opwindmolentje. Beetje lastig want het strengetje paste niet om een stoelleuning, maar het is gelukt zonder knopen!

- het uitgehaalde stuk opnieuw breien, zonder iets aan het stekenaantal te veranderen. 12 steken minder dan de originele opzet.

Het uithalen van de opzetrand was niet goed gelukt omdat ik de losse eindjes daar erg goed onzichtbaar in had weggewerkt. Die had ik dus nog over om te vergelijken met het nieuwe eindresultaat. 

donderdag 30 april 2020

REPAREREN .....

Muziektrui
Zoals we allemaal weten hebben breiwerkjes niet het eeuwige leven.
Soms zijn deze werkstukken toch zo waardevol dat je er nog geen afscheid van kan nemen. Repareren is dan een optie.
Dit was het geval bij de trui van mijn goede vriend Henk.
Henk is door zijn moeder gedurende zijn en haar leven ruim voorzien van zelfgebreide truien, en daar is naast tijd ook veel creativiteit in gestopt. Zijn moeder is een paar jaar geleden overleden, en al een flink aantal jaren daarvoor gestopt met breien. De trui in kwestie is de laatste die zij ooit voor hem heeft gebreid, en hij heeft hem al ruim 10 jaar intensief gedragen. Je kunt wel zien wat zijn hobby is!
Hij was dus erg aan deze trui gehecht, maar intussen waren de draagsporen duidelijk: aan beide manchetten begon het te rafelen! Kon ik deze trui nog een tweede leven bezorgen?
Versleten boorden




Ja hoor! Je kunt natuurlijk altijd de boorden afknippen en opnieuw breien. De boorden waren oorspronkelijk ook in de hoofdkleur: aquablauw. Er was natuurlijk geen restje van het originele garen beschikbaar. Gelukkig zat er zwart in de trui, en bijpassend zwart van vergelijkbare dikte en samenstelling was gelukkig bij De Wolman gauw gevonden!

Ik heb dus de mouwen afgeknipt, voorzichtig de steken opgenomen en van boven naar beneden weer teruggebreid. Meteen een stukje langer, want hij heeft ze graag omgevouwen.
Al doende kwam ik er achter dat ook de tailleboord begon te rafelen. Ook die heb ik dus afgeknipt en opnieuw gebreid. Hier was het even wat lastiger, want de zijnaden zaten wat onregelmatig in elkaar genaaid, en er was aan beide zijden een hoogteverschil van 1,5 cm bij het begin van de boord. Dat was in al die jaren nog niemand opgevallen, maar dat verandert natuurlijk erg op als je daar ook een kleurwissel hebt.
Ik heb dus ook een stuk van de zijnaden uitgehaald en opnieuw vastgezet. Toen dat eenmaal gebeurd was, kon ik zonder verder nadenken lekker het benodigde aantal centimeters boord produceren, alle steken op de rondbreinaald, en breien maar!
Binnenkort kan hij zijn trui weer komen ophalen en klaarleggen voor als het weer herfst gaat worden.

hoogteverschil in de zijnaden
bij de tailleboord.
Het uithalen van de boorden klinkt simpeler dan het is. Deze zijn namelijk van beneden naar boven gebreid, en je kunt ze in die richting niet uittrekken. Dat moet gebeuren in de tegengestelde richting als die waarin gebreid is. Bovenaan beginnen met uittrekken dus. Ik heb dat als volgt aangepakt:
- de naad losgemaakt tot iets boven de plek waar ik wilde gaan breien
- om te beginnen een dunne rondbreinaald geregen door alle rechterpootjes van de steken, op een hoogte waar ik mijn nieuwe boordje wilde beginnen te breien
- 1 toer lager een draadje doorgeknipt en met een borduurnaald voorzichtig steekje voor steekje losgehaald. Zorgvuldig gecontroleerd of ik wel alle losse lusjes op mijn naald had geregen!
- uitgerekend hoeveel steken ik moest minderen voor een passende boord
- de eerste naald tricotsteek gebreid met mijn nieuwe kleur, intussen de minderingen gemaakt.
- verder rondgebreid in 2x2 boordsteek tot de gewenste lengte.

Zoals je aan de foto van de tailleboord kunt zien, heb ik het bij het lijf iets voorzichtiger aangepakt en eerst een zwarte draad geregen door mijn beoogde steken. Ik moest eerst goed zicht krijgen hoe ik het hoogteverschil kon oplossen!

En hiernaast zie je dan het eindresultaat!

woensdag 22 april 2020

Arendal: Eindelijk af!

Ja hoor, de laatste loodjes.
De knopen zijn aangenaaid, alle draadjes afgehecht, en er kan een statieportret worden gemaakt.
En gezien het feit dat het niet meevalt om een fatsoenlijk zelfportret te maken, valt het resultaat best mee. En dan bedoel ik niet het vest, want daar ben ik gewoon supertrots op!


knoopjes dicht
knoopjes open

zaterdag 18 april 2020

Arendal: mijn vest is ook klaar! (nou bijna dan ;))

Jeetje wat is het alweer lang geleden dat ik hier geschreven heb!
Eerst werd in mijn privé-leven al mijn aandacht en energie opgeslokt door de Grote Keukenverbouwing. Altijd al een ingrijpend proces, omdat niet alleen de keuken een paar weken niet beschikbaar is, maar daarnaast is het huis grotendeels onbewoonbaar omdat alle ruimte wordt ingenomen door spullen die even ergens anders moeten staan, door gereedschap, en door geleverde nieuwe materialen die nog niet op de plaats van bestemming terecht kunnen. Om nog maar te zwijgen van al het stof dat door het hak- en breekwerk zich door het hele huis verspreidt. Ik heb mij teruggetrokken op de vierkante meter achter mijn computer, of op bed voor de tv. Alles had in de week voor Kerst klaar moeten zijn maar dat liep anders. De aannemer maakte er een potje van en verdween in het weekend voor Kerst volledig van de radar. Probeer maar eens in de kerstvakantie een aannemer te vinden die andermans prutswerk komt afmaken!!!! Uiteindelijk door mijn schoonzoon uit de brand geholpen. Zeer goede bedoelingen maar het werd dus een doe-het-zelf project dat tot half februari heeft geduurd voordat ik mijn huis weer in bewoonbare staat had. Dat er onder deze omstandigheden niet veel aan mijn vest gebreid werd zal geen verrassing zijn!
Cursiste 1 in haar nieuwe vest
Cursiste 2 in haar nieuwe vest
Gelukkig konden wij de gezamenlijke lessen voortzetten door af te spreken bij de cursistes thuis, en ik kan me ook nog een privé-sessie herinneren in de lobby van het Van der Valk hotel. Ieder ging een beetje in haar eigen tempo door, en de een na de ander stuurde een fotootje van zichzelf in het vest/de trui. Chapeau!!!!!




De plaatsing van mijn knopen
Mijn eigen vest. De mouwen zijn al een tijdje af, het hele vest heeft een badje in de Eucalan gekregen omdat bij het maken van het proeflapje wel gebleken was dat het breiwerk daar erg van opknapte.
Maar daarna werd het project nog verder vertraagd doordat spullen in mijn huis door alle commotie op allerlei onbekende plekken terecht gekomen waren. Gelukkig heeft de afgelopen tijd met intelligente lockdown mij veel gelegenheid gegeven om zo hier en daar weer allerlei vermiste spullen terug te vinden. Anders gezegd, ik heb gelukkig de knopen weer teruggevonden!
Eerst zorgvuldig de plekken gemarkeerd waar de knopen moeten komen. Dat zijn de steekmarkeerders. De knopen liggen nog even bovenop de knoopsgaten, om een idee te geven van het uiteindelijke resultaat. Hopelijk wordt mijn volgende foto eentje van mij met het vest aan!







maandag 30 december 2019

Arendal: het opnemen van de mouwen

En .... heb je je vest al aangepast? Tevreden over het resultaat tot nu toe?
Ik begon zelf al behoorlijk blij te worden van deze pasbeurt. Maar nu de mouwen nog.

Om te beginnen: het patroon schrijft voor om hier te gaan werken met een kortere rondbreinaald (omdat de omvang van de mouw nu eenmaal geen 80 cm wordt). Ook hier denk ik weer anders over. Die korte rondbreinaalden werken juist door het kortere koord erg ongemakkelijk, je hebt minder bewegingsvrijheid in je breinaaldjes. Ik doe dus gewoon de 80 cm rondbreinaald, en gebruik de Magic Loop methode, die er op neerkomt dat je een stuk kabellengte als een lus tussen je breiwerk uit trekt; je hebt dan minder kabellengte maar wel de speelruimte in je breibewegingen.
Ik kan niet geloven dat ik hier nog nooit iets over Magic Loop heb geschreven, ik kan het in ieder geval niet vinden.
Op dit moment kan ik je het makkelijkst verwijzen naar: https://www.garnstudio.com/video.php?id=120&lang=nl
Op dit filmpje kun je precies zien hoe het werkt met die lussen. Het lijkt eigenlijk wel een beetje op breien met 4 of 5 naalden zonder knop, alleen ze zitten aan elkaar en je hebt er maar twee omdat de kabel zo flexibel is.

Volgens het patroon neem je alle steken op die je in een eerder stadium op een draad hebt geregen. En onder de oksel moeten er 8 of 10 nieuwe steken worden opgezet, dat verschilt per maat.
Zelf vond ik het het handigst om eerst de helft van die nieuwe steken op te zetten (met de lusjesmethode), dan alles op te nemen wat op de draad stond (neem ook de steekmarkeerders mee) en af te sluiten met de andere helft van de nieuwe steken. Je komt dan precies uit op de mouwnaad.

Onze rondes beginnen voortaan in het midden tussen de nieuwe steken; zorg ervoor dat je dus telkens daar je ene lus trekt. Een steekmarkeerder helpt hier niet echt, die ga je gegarandeerd kwijtraken. De andere lus trek je ergens op het midden van de mouw, waar je het prettig vindt. Met de juiste techniek zie je daar niets van, en als je je zorgen maakt dat het toch zichtbaar wordt kun je ook nog een beetje variëren door aan die kant de lus steeds op een andere plaats te trekken.

En dan nog wat: de eerste en laatste 6 steken die je voor je mouw op de draad had staan, vormen het smalle kabeltje met de aanliggende averechte steken. Volgens het patroon brei je de mouw in tricotsteek, maar ik vind het nogal onlogisch om hier opeens te stoppen met die kabel. Het mooiste lijkt mij om de schuine lijn van de raglan nog even door te laten lopen en deze kabel weg te minderen in de mouwnaad, precies zoals met de grote kabels gebeurd is in de zijnaden. Omdat je nu rond breit moet je even opnieuw oriënteren. De meerderingen en minderingen hiervoor gebeuren steeds in de oneven rondes. De steken die je op de draad had staan waren een heengaande (oneven) naald. De eerste ronde die je nu gaat breien is dus een even naald, en daarin hoeft niets bijzonders te gebeuren. De ronde daarna wordt weer een even naald, hierin moet je dus beginnen met een mindering langs de mouwnaad (zie de aanwijzingen voor de zijnaad), meerderingen maken aan weerskanten van het tricot mouwpaneel zoals je de hele tijd hebt gedaan (gebruik de steekmarkeerders die je daar al had) en op het eind van de ronde weer een mindering maken vlak voor de mouwnaad. Of je wel of niet moet kabelen hangt ervan af hoever je was in het patroon van A1. De volgende ronde is weer een even naald waarin niets bijzonders hoeft te gebeuren.

Goed, je gaat dus hoe dan ook om de andere naald minderen aan weerskanten van de mouwnaad om je kabel te laten verdwijnen in die naad. Daarnaast moet je voor een mouw ook nog regelmatig steken minderen zoals in het patroon beschreven staat. Dat is dus extra. Het handigst is om deze minderingen voorlopig te plannen in de EVEN rondes, zodat het een beetje gelijkmatig verdeeld wordt.


vrijdag 20 december 2019

Arendal: meerderen voor de onderboord

Nadat alle toestanden van het wegminderen van de kabelpanelen achter de rug zijn, kun je tamelijk onbezorgd verder breien tot je voldoende lengte voor het vest hebt.
Je kunt natuurlijk gewoon de aanwijzingen van het patroon volgen. Maar in mijn ervaring loont het beslist de moeite om ook voor deze fase er ter vergelijking een kledingstuk bij te pakken dat je al draagt en waar je tevreden over bent.
Zo kun je je bijvoorbeeld afvragen wat voor silhouet je wilt. Het patroon schrijft voor dat je nog een aantal keren steken moet meerderen langs de zijnaad. Je krijgt dan een zogenaamde A-lijn, een vest dat naar onder toe wat breder uitloopt, en dus ook beslist niet zal aansluiten op de heup. Er zijn andere opties, bijvoorbeeld een rechthoekig silhouet (vanaf de oksel recht naar beneden) of zelfs een getailleerd silhouet. Voor deze opties maak je geen steken bij, of (voor het getailleerde profiel) doe je eerst een paar keer een mindering, en beneden de taille maak je deze steken weer bij. Voor details over deze opties kun je het best eens kijken bij patronen van vesten of truien met die eigenschappen.
Ook voor de lengte is het verstandig even op je eigen garderobe af te gaan. Persoonlijk vind ik dit patroon een beetje kort, ik heb dus wat verder doorgebreid tot ik aan de boord begon. Ik vind het zelf wel fijn als mijn vest tot op de heup valt.

Maar dan ... moet je opeens een flink aantal steken meerderen voordat je met de boordsteek begint. Waarom is dat?
Normaal gesproken werkt een boord als een elastiekje: door de boordsteek trekt het breiwerk een beetje in elkaar zodat het om de heup wat strakker wordt. Omdat de boord ook met een dunnere naald wordt gebreid wordt dit effect extra versterkt. Je krijgt een soort bloezend effect. Kennelijk willen de ontwerpers van dit vest dat de boord los af komt te hangen op dezelfde breedte als het tricotgedeelte er boven. Omdat je wel het weefsel wilt maar niet de samentrekkende werking, moet je meer steken gebruiken voor dit gedeelte van het patroon.
Omgerekend komt het ongeveer neer op 21 % extra steken. Bovendien moet het totale aantal steken ook nog eens deelbaar zijn door 4, zodat de boordsteek goed uitkomt tussen de twee knopenbiezen.
Hier komt dus flink wat rekenwerk aan te pas.
Om een voorbeeld te geven: In mijn geval moet ik meerderen van 234 steken naar 284: er komen 50 steken bij. Hoe ga ik dat verdelen?
Om te beginnen: op de knopenbiezen komen geen meerderingen. De eerste meerdering komt direct na de eerste knopenbies, de laatste direct voor de laatste knopenbies. Na die eerste meerdering moet ik dus nog 49 meerderingen verdelen over 224 steken.
Ik laat liever niets aan het toeval over, dus ga ik uitrekenen om de hoeveel steken ik moet gaan meerderen: 224 gedeeld door 49 = 4,5714.... en nog veel cijfers achter de komma. Dus grofweg elke vierenhalve steek. Maar dat kan natuurlijk niet. Bovendien kom ik dan ook niet uit want er zit nog meer achter die komma...
Als ik 49 groepjes van 4 maak, heb ik 196 steken gebreid. Dat is 28 minder dan het aantal steken dat ik moet hebben. Die 28 moet ik dus verdelen over de groepjes van 4 door daar groepjes van 5 van te maken.
28 groepjes van 5 dus, en 21 groepjes van 4.
Ok. Maar hoe ga ik die nu weer verdelen. Ha! 21 en 28 verhouden zich tot elkaar als 3 tot 4. Voor elke 3 groepjes van 4 moet ik dus 4 groepjes van 5 maken.
Dus: *5,4,5,4,5,4,5*  en dat steeds herhalen.

Op dezelfde manier kun je uitrekenen hoe het uitpakt voor de andere maten.
O ja, zo zie je maar weer dat je echt goed rekenkundig inzicht moet hebben om een goed passend werkstuk te breien!!!



vrijdag 13 december 2019

Arendal: de oksel en wat daarna komt!

Na een paar sessies geduldig breien en kabelen heb je het punt bereikt dat je voldoende steken hebt gemeerderd, en dat de hoogte van je werkstuk het juiste aantal centimeters heeft bereikt. In de meeste gevallen zal dat ongeveer op hetzelfde moment zijn.
Nu is het tijd om verder te gaan met het rugpand en de voorpanden. De steken van de mouwen moeten er dus even tussenuit, die moeten wachten tot zij aan de beurt zijn om verder gebreid te worden.
Ook moet er een beetje extra ruimte worden gecreëerd om het tot een echte mouwinzet te maken. In de eerstvolgende naald vinden deze twee acties tegelijkertijd plaats. Het kabelmotief brei je nog steeds verder, wat met die kabel gebeurt gaat later blijken.

In het patroon wordt aangegeven welke steken voor de mouwen apart gezet moeten worden. In de praktijk is dat voor alle maten vanaf de eerste steek na de dubbele kabel in het kabelmotief. Dus vanaf die steek rijg je met je borduurnaald een aantal steken op een hulpdraad, tot je aan je andere kant van de mouw, op symmetrisch hetzelfde punt, bent aangeland. Knoop de hulpdraad losjes dicht, dan kan er met die steken niets meer gebeuren.
Omdat er op deze plek tussen het voorpand en het achterpand nog wat extra ruimte moet komen, moet je nu een aantal steken erbij opzetten om deze ruimte te overbruggen. Je zit midden in je werkstuk, en moet dus gebruik maken van een opzetmethode waar je maar 1 draad voor nodig hebt.

Eigenlijk kun je nu kiezen uit twee:
- de meest eenvoudige is de lusjes-methode:

- de ketting opzet: 

(hiervoor moet je eerst even de naald met zojuist gebreide steken in je linkerhand nemen): 
insteken in de laatst gebreide steek, omslaan, doorhalen, NIET AF LATEN GLIJDEN maar de nieuwe steek direct overzetten op de linker breinaald, en de stappen herhalen tot je het benodigde aantal steken erbij hebt gemaakt.

De tweede opzet geeft een iets steviger basis, het wordt minder flodderig. Of flodderig erg is hangt af van het werkstuk en van de plek in het werkstuk. Hier onder de oksel vind ik het niet zoveel uitmaken. 

Nadat je de steken voor de oksel hebt bijgemaakt brei je verder in patroon tot de volgende plek waar je mouwsteken apart moet zetten. Dat gaat op precies dezelfde manier. 
In het midden van de bijgemaakte steken zet je telkens een steekmarkeerder. Deze steekmarkeerder geeft je zijnaad aan. Deze zijnaad is belangrijk in het gedeelte wat nu volgt. 

We gaan namelijk de schuine lijn van het kabelpaneel voortzetten tot hij geheel in de zijnaad is verdwenen. Daarvoor hebben we enerzijds nog steeds dezelfde meerderingen aan weerskanten van het kabelpaneel die we de hele tijd al hebben gehad; aan de kant van de zijnaad moeten er nu steeds steken verdwijnen, want voorlopig moeten we recht naar beneden, en dus het zelfde aantal steken houden als waar we dit gedeelte mee gestart zijn. 
Het is natuurlijk het mooiste als ook dit weer symmetrisch gebeurt. Dus minder je VOOR de zijnaad door twee steken samen te breien, en NA de zijnaad door een overhaling te maken. 

Dan staat er in het patroon ook nog een ingewikkelde aanwijzing over het wegminderen van de brede kabel. Misschien helpt het om te beseffen dat deze kabel met zijn 6 steken eigenlijk de plaats inneemt van 3 steken. Helemaal aan het begin van het kabelpaneel hadden wij op die plekken ook steeds 3 steken per kabel gemeerderd, (waar de tekst zegt: 7 steken worden 13 steken). Voordat je die kabels begint "op te eten" moet je er dus voor zorgen dat ze hun oorspronkelijke breedte weer terugkrijgen. Dat doe je door (in de heengaande naald VOORDAT je kabelsteken moet gaan minderen) de steken van de kabel die aan de beurt is, 2 aan 2 samen te breit. Zo worden de 6 steken er weer 3, en kun je in de volgende heengaande naald ook deze drie steken laten wegvallen in de zijnaad.
Let op dat dit alleen hoeft met de kabels die 6 steken breed zijn. De smallere kabels van 2 steken minder je gewoon weg zoals je ze aantreft.

Uiteindelijk kom je op het punt dat er aan weerskanten van de zijnaad-markeerder nog maar 1 steek zit tot de markeerder van het kabelpaneel.

Dit is het moment dat je alleen nog maar tricotsteken hoeft te breien, en je verder kunt gaan met de volgende fase van het patroon.

vrijdag 6 december 2019

Arendal: het breien van de raglan met kabelpanelen

Tja wat zal ik hier eens over zeggen. Drie kwesties zijn hierbij van belang: BREISCHEMA, KABELEN en MEERDEREN.

Maar allereerst heeft het woord RAGLAN misschien wat toelichting nodig. Een raglan mouwinzet betekent zoveel als een naad die in een rechte lijn loopt, schuin vanaf de oksel tot in de nek. Een raglan mouw houdt dus ook niet op bij de schouder maar loopt door tot de halsboord. 
De Gele Trui van de Tour de France is een mooi voorbeeld!

Dit is ook de reden waarom we onze steken hebben verdeeld in  twee gedeeltes VOORPAND, twee gedeeltes MOUW, en een gedeelte RUGPAND. De overgang tussen de panden wordt steeds gevormd door het kabelpaneel. Totaal vier kabelpanelen dus. Naar onderen toe moeten de panden steeds breder worden totdat er, ter hoogte van de oksels, genoeg borstwijdte is ontstaan.
Dit gebeurt door in elke heengaande naald steeds VOOR EN NA elk kabelpaneel een steek te meerderen. Per meerdernaald komen er dus telkens 8 steken bij. 
Het patroon schrijft voor om deze meerdering te maken door in de heengaande naald een omslag te maken, en deze omslag in de teruggaande (averechte) naald gedraaid averecht te breien. Over gedraaid averecht had ik in mijn vorige post al niets leuks te zeggen. Daar komt bij dat ik deze manier van meerderen niet de allermooiste vind. Het kan zijn dat je het gaatje dat op deze manier toch ontstaat wilt gebruiken als sier-element, maar dat vind ik hier in de raglan naast die mooie kabel absoluut niet nodig. Ik kies dus liever voor een andere, minder zichtbare manier van meerderen. 
Ik vind voor dit project de mooiste manier om te meerderen: het tussendraadje tussen twee steken opnemen en dat gedraaid breien. 

Neem het tussendraadje op
Brei recht in het achterste pootje












En dan nu het Breischema, oftewel de Teltekening. Een breischema is een grafische weergave van de kunstjes die je met de steken uit moet halen. In ons breischema komen symbolen voor voor rechte en averechte steken, en voor het draaien van de kabels. 
Aan het breischema had ik al eens eerder een post gewijd: hier !

Het belangrijkste wat je moet weten van een breischema is dat je het -precies tegengesteld aan het lezen van geschreven tekst- moet lezen van onder naar boven en van rechts naar links. 
Dat klinkt raar maar is eigenlijk heel begrijpelijk. Wanneer je je naaldje breit begin je ook met de steek die het meest rechts op je naald staat, en de eerste naald die je breit is komt ook onderaan je werkstuk. De teltekening is dus een weergave van hoe je werk er uit komt te zien aan de goede kant en in de richting waarop het voor je neus aan de naald komt te hangen.
Een leeg vakje = recht breien aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
Een vakje met een kruisje: averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant.

Dit klinkt ingewikkeld, totdat je je realiseert dat het breischema weergeeft hoe het er aan de GOEDE kant uitziet. Brei je heen en weer, dan moet je op de teruggaande toeren iets anders doen om aan de goede kant hetzelfde effect te bereiken. 

De symbolen met de zwarte driehoeken over twee steken geven een smalle kabel aan: aan de schuine zijde van de zwarte driehoek kun je de richting aflezen. 
Bij het driehoekje met de hoogste punt rechts moet je linker steek schuin naar rechtsboven wijzen: plaats 1 steek op een kabelnaald achter het werk, 1 recht, 1 recht van de kabelnaald
Bij het driehoekje met de hoogste punt links is het precies andersom: plaats 1 steek op een kabelnaald voor het werk, 1 recht, 1 recht van de kabelnaald

Tenslotte hebben we ook nog een diagonale lijn over 6 steken. Dat zijn de kabels van 6 steken breed (waarvoor we in het vorige gedeelte die meerderingen hadden gemaakt). Ook hier zie je aan de richting van de diagonaal de richting die de bovenliggende steken moeten krijgen.
Hieronder zie je hoe een kabel naar links wordt gemaakt: 


Voor het breien van een kabel naar rechts houd je de kabelnaald met steken ACHTER het werk. Voila!
Zo, hebben we meteen de kwestie van het kabelen afgehandeld. 

Het patroon schrijft voor hoe vaak je moet meerderen, en welke hoogte je werkstuk moet hebben om aan de acties voor de oksel te beginnen. Wanneer je stekenverhouding aardig overeenkomt met die uit het patroon zullen die momenten min of meer gelijk vallen. Alleen als jouw werk afwijkt zul je misschien nog een aantal naaldjes zonder meerderingen moeten breien om de juiste hoogte te bereiken. Is het andersom (heb je de hoogte al zonder het benodigde aantal meerderingen) dan moet je je even beraden. Als je doorgaat met meerderen tot het juiste aantal steken komt je mouw (veel) te laag te hangen, en als je nu stopt met meerderen en meteen aan de oksel begint is je trui/vest waarschijnlijk te krap. 

Nog benieuwd hoe mijn project er uit zag na deze stappen? 
Even vergelijken met een bestaande trui!





zaterdag 2 november 2019

Arendal: de voorbereiding voor de kabelpanelen

Ook tijdens onze tweede lesavond is er vermoedelijk veel minder gebreid dan de deelneemsters hadden verwacht. Maar eerlijk gezegd, als ik zo eens terugdenk aan de workshops waaraan ik zelf ooit heb deelgenomen, hoort dat er wel zo'n beetje bij. Je wilt graag iets nieuws leren, dat gaat gepaard met uitleg, onwennige pogingen van jezelf, de smaak te pakken krijgen en BAM: de tijd is alweer om.
Het allereerste gedeelte van het patroon was bij iedereen goed gelukt: een boordje van 4 cm, waarin op het juiste plekje ook een knoopsgat terecht was gekomen.
Het patroon schrijft voor om vanaf dat moment over te stappen op de dikkere naalden. Als je breit met een verwisselbare rondbreinaald is de verleiding groot om meteen allebei de naaldjes te verwisselen. Uit ervaring kan ik jullie zeggen dat dat niet handig is. Tijdens het breien moeten de steken WAARIN je gaat breien op een naald schuiven die een maat dikker is dan de maat waarmee ze gemaakt zijn. Dat wordt op zijn minst een moeizame zaak. Zou je breien met vaste rondbreinaalden, dan brei je de eerste naald met je dikkere maatje je steken ook van de dunnere naald af. Datzelfde moet je doen met je verwisselbare rondbreinaald. Dus .. het tweede naaldje verwissel je pas als je je eerste naald helemaal hebt uitgebreid. Hierbij maakt het geen verschil of je rondbreit of heen en weer!

De volgende patroonopdracht was: brei met de dikkere naalden een ribbel en minder verdeeld over de naald (bij mij) 2 steken. Omdat je een ribbel breit (teruggaande naald ook recht, of bij rond breien de tweede ronde averecht) zie je aan de goede kant van het werk niet zoveel terug van deze minderingen. Daar hoef je dus niet moeilijk over te doen: gewoon twee recht samenbreien. Maar waar? Verdeeld over de naald is nogal vaag. Mij leek het wel handig om dit zo'n beetje op de plaats van de (in dit vest niet bestaande) schoudernaden te doen, dus grofweg op 1/4 en 3/4 van het aantal steken.
Waarom eigenlijk 2 steken minderen? Om het aantal steken passend te maken voor het volgende gedeelte. Oftewel: anders komt het straks niet uit.
Dit is een heel stuk tekst maar het typen gaat altijd nog sneller dan deze twee naalden breien, het aantal steken is tenslotte niet gering!

Ja, dan komt in het patroon een volgeschreven gedeelte met veel tekst en cijfers, sterretjes en liggende streepjes. Daar raak je nogal makkelijk de weg in kwijt. Aangezien we dit patroon toch van internet hebben gedownload is het mijn gewoonte om daar korte metten mee te maken. Voordat ik het ga uitprinten plak ik het in mijn tekstverwerker, en zorg ik dat in ieder geval elke nieuwe zin op een nieuwe regel begint. En ook binnen de zinnen kun je best nog wat meer onderscheid maken tussen bepaalde tekstgedeeltes zodat je gemakkelijker kunt volgen wat er aan de hand is.

Kijk maar eens naar het verschil tussen:
Ga verder als volgt – aan de goede kant: Brei 5 steken ribbelsteek, 11-12-13-15-16-18 recht, *1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 1 recht, * 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer (= deze 7 steken worden 13 steken), 18-20-20-18-20-16, *1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 1 recht, * 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 22-24-26-30-32-36 recht, * 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 1 recht, * 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 18-20-20-18-20-16 recht, *1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 1 recht, * 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 11-12-13-15-16-18 recht en 5 steken ribbelsteek = 142-150-154-158-166-166 steken. 

en deze versie (waarin ik ook de stekenaantallen voor mijn eigen maat heb gemarkeerd:
Ga verder als volgt – aan de goede kant:
Brei 5 steken ribbelsteek,
11-12-13-15-16-18 recht,
*1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer,
1 recht,
* 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer (= deze 7 steken worden 13 steken),
18-20-20-18-20-16 recht,
*1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer,
1 recht,
* 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 
22-24-26-30-32-36 recht,
* 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer,
1 recht,
* 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer,
18-20-20-18-20-16 recht,
*1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer,
1 recht,
* 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer,
11-12-13-15-16-18 recht
en 5 steken ribbelsteek = 142-150-154-158-166-166 steken. 
De leesbaarheid van een patroon kun je op deze manier enorm verhogen. Verdwalen doe je veel minder snel. 
Je ziet wel dat er nog steeds flink wat geteld moet worden onderweg. Hier komen de steekmarkeerders weer van pas, de modelletjes "veiligheidsspeld" die je in mijn vorige post gezien hebt. Voordat we begonnen met het breien van deze ingewikkelde instructie hebben we eerst op de belangrijke punten een markeerder tussen de steken op onze breinaald gehangen. Dus na 5 steken om de overgang van knopenbies naar voorpand te markeren (die zat er nog van toen we de boord aan het breien waren); 13 steken verderop (zodat we lekker rustig aan onze 13 steken recht kunnen breien. Dan staat er na al dat gedoe met omslagen en sterretjes iets tussen haakjes: 7 steken worden er 13. Dat helpt! Met deze steken is dus gedoe, maar daarna komt er weer iets nieuws: 7 steken verderop is het dus tijd voor een markeerder. Weer eentje na de 20 steken recht, etc. In totaal kwamen er 10 markeerders tussen de steken te hangen. Met het breien was het daardoor al een stuk relaxter; al blijft oplettendheid natuurlijk wel geboden aan welk stuk je bezig bent, en hoe je steeds die 7 steken in 13 moet omtoveren. Dat laatste gebeurt vier keer!
Over gedraaid averecht breien in de omslagen zal ik maar even niet beginnen. Dat is gewoon heel vervelend en daar heb ik ook geen truukjes voor. 

Na deze exercitie moesten 8 van de 10 steekmarkeerders op een vergelijkbare manier worden verzet om het breien van de kabelpanelen voor te bereiden. Ik zweer erbij! Zelfs als je breit zonder te kijken worden je vingers vanzelf gewaarschuwd dat het even tijd is om op te letten!


zaterdag 26 oktober 2019

Arendal: de halsboord

Aan het eind van onze eerste lesavond wist iedereen hoeveel steken er voor de halsboord moeten worden opgezet. Omdat het hele vest in één stuk wordt gebreid, zijn dat er voor alle maten al over de honderd. Wanneer je tijdens het opzetten regelmatig even wilt tellen hoe ver je al bent, is dat tijdrovend en een foutje is gauw gemaakt.
Ik raad daarom altijd aan om op regelmatige afstanden een steekmarkeerder tussen de steken op je naald te hangen. Bijvoorbeeld elke 20 of 25 steken. Wanneer je eenmaal hebt vastgesteld dat je markeerder op de juiste plaats hangt, hoef je dat stukje de volgende keer niet meer te tellen. Moet je bijvoorbeeld 134 steken opzetten, dan kun je na 20, 40, 60, 80, 100 en 120 steken een steekmarkeerder plaatsen. Je weet dan dat je zes groepjes van 20 moet hebben en daarna nog een groepje van 14. Dat geeft veel meer rust en minder kans op fouten.


Steekmarkeerders zijn er in allerlei vormen. Hier zie je een aantal voorbeelden. Overal te koop, zowel op het web als in stenen wolwinkels en handwerkzaken, op de markt bij de wolkraam, noem maar op.
Het belangrijkste verschil tussen de voorbeelden hiernaast is of je de steekmarkeerder wel of niet kunt open maken. De modelletjes links lijken op een paperclip of een veiligheidsspeld; deze kun je op elk moment tussen de steken je naald plaatsen. Dat kan handig zijn als je je volgende patroonregel met een aantal herhalingen eerst zorgvuldig wilt doorlezen, en intussen vast op de cruciale plekken een waarschuwing wilt plaatsen. Ook een mogelijkheid is om deze steekmarkeerders niet om de naald te hangen
maar om een steek. Omdat je ze open kunt maken kun je ze altijd weer verwijderen.

De ringetjes op de rechter foto kun je alleen maar op de naald plaatsen of er weer afhalen op de plek waar je op dat moment met een steek bezig bent. Mocht je toevallig per ongeluk door zo'n ringetje heen breien, dan kun je het er ook niet meer tussen uit krijgen. Als voordeel hebben ze echter dat ze maar heel weinig ruimte innemen en je draad er makkelijk omheen kan!

De markeerders hier links onderaan zijn van metaal en sluiten ook mooi aan.
Maar je kunt natuurlijk ook een duik in je bureaula nemen: gewone paperclips doen het ook prima!


Goed, mijn deelnemers gaan deze week lekker zelf verder met het breien van de boord. Maar ook daar zit weer een addertje onder het gras.
Volgens de patroonaanwijzingen moet er op drie cm hoogte een knoopsgat worden gebreid in de rechter knoopbies. Ik had dus zelf wel even een paar minuutjes proberen en goed nadenken nodig om zeker te weten wat in mijn breiwerk de rechter knoopbies ging worden. Omdat we van boven naar beneden breien hangt ons werk ondersteboven aan de naalden, en zit de rechter knoopbies dus precies aan de kant waar je hem niet verwacht.
Knoopsgat in rechter knoopbies
Mijn oplossing om hier proefondervindelijk achter te komen is: leg je boordje in wording even met rondbreinaald en al om je nek, waarbij uiteraard de opzetrand bovenaan komt. Nu verschijnt de rechter knoopbies gewoon waar hij hoort: tussen je nek en je rechterschouder. Grijp je kans en maak deze hoek onmiddellijk duidelijk herkenbaar door er bijvoorbeeld een draadje in een afwijkende kleur doorheen te rijgen, dan gaat het nooit meer fout!

O ja, en ook niet vergeten dat je het breien van de boord doet met de dunnere naalden van de twee die je klaar had liggen!!
Klaar voor de volgende les!