maandag 30 december 2019

Arendal: het opnemen van de mouwen

En .... heb je je vest al aangepast? Tevreden over het resultaat tot nu toe?
Ik begon zelf al behoorlijk blij te worden van deze pasbeurt. Maar nu de mouwen nog.

Om te beginnen: het patroon schrijft voor om hier te gaan werken met een kortere rondbreinaald (omdat de omvang van de mouw nu eenmaal geen 80 cm wordt). Ook hier denk ik weer anders over. Die korte rondbreinaalden werken juist door het kortere koord erg ongemakkelijk, je hebt minder bewegingsvrijheid in je breinaaldjes. Ik doe dus gewoon de 80 cm rondbreinaald, en gebruik de Magic Loop methode, die er op neerkomt dat je een stuk kabellengte als een lus tussen je breiwerk uit trekt; je hebt dan minder kabellengte maar wel de speelruimte in je breibewegingen.
Ik kan niet geloven dat ik hier nog nooit iets over Magic Loop heb geschreven, ik kan het in ieder geval niet vinden.
Op dit moment kan ik je het makkelijkst verwijzen naar: https://www.garnstudio.com/video.php?id=120&lang=nl
Op dit filmpje kun je precies zien hoe het werkt met die lussen. Het lijkt eigenlijk wel een beetje op breien met 4 of 5 naalden zonder knop, alleen ze zitten aan elkaar en je hebt er maar twee omdat de kabel zo flexibel is.

Volgens het patroon neem je alle steken op die je in een eerder stadium op een draad hebt geregen. En onder de oksel moeten er 8 of 10 nieuwe steken worden opgezet, dat verschilt per maat.
Zelf vond ik het het handigst om eerst de helft van die nieuwe steken op te zetten (met de lusjesmethode), dan alles op te nemen wat op de draad stond (neem ook de steekmarkeerders mee) en af te sluiten met de andere helft van de nieuwe steken. Je komt dan precies uit op de mouwnaad.

Onze rondes beginnen voortaan in het midden tussen de nieuwe steken; zorg ervoor dat je dus telkens daar je ene lus trekt. Een steekmarkeerder helpt hier niet echt, die ga je gegarandeerd kwijtraken. De andere lus trek je ergens op het midden van de mouw, waar je het prettig vindt. Met de juiste techniek zie je daar niets van, en als je je zorgen maakt dat het toch zichtbaar wordt kun je ook nog een beetje variëren door aan die kant de lus steeds op een andere plaats te trekken.

En dan nog wat: de eerste en laatste 6 steken die je voor je mouw op de draad had staan, vormen het smalle kabeltje met de aanliggende averechte steken. Volgens het patroon brei je de mouw in tricotsteek, maar ik vind het nogal onlogisch om hier opeens te stoppen met die kabel. Het mooiste lijkt mij om de schuine lijn van de raglan nog even door te laten lopen en deze kabel weg te minderen in de mouwnaad, precies zoals met de grote kabels gebeurd is in de zijnaden. Omdat je nu rond breit moet je even opnieuw oriënteren. De meerderingen en minderingen hiervoor gebeuren steeds in de oneven rondes. De steken die je op de draad had staan waren een heengaande (oneven) naald. De eerste ronde die je nu gaat breien is dus een even naald, en daarin hoeft niets bijzonders te gebeuren. De ronde daarna wordt weer een even naald, hierin moet je dus beginnen met een mindering langs de mouwnaad (zie de aanwijzingen voor de zijnaad), meerderingen maken aan weerskanten van het tricot mouwpaneel zoals je de hele tijd hebt gedaan (gebruik de steekmarkeerders die je daar al had) en op het eind van de ronde weer een mindering maken vlak voor de mouwnaad. Of je wel of niet moet kabelen hangt ervan af hoever je was in het patroon van A1. De volgende ronde is weer een even naald waarin niets bijzonders hoeft te gebeuren.

Goed, je gaat dus hoe dan ook om de andere naald minderen aan weerskanten van de mouwnaad om je kabel te laten verdwijnen in die naad. Daarnaast moet je voor een mouw ook nog regelmatig steken minderen zoals in het patroon beschreven staat. Dat is dus extra. Het handigst is om deze minderingen voorlopig te plannen in de EVEN rondes, zodat het een beetje gelijkmatig verdeeld wordt.


vrijdag 20 december 2019

Arendal: meerderen voor de onderboord

Nadat alle toestanden van het wegminderen van de kabelpanelen achter de rug zijn, kun je tamelijk onbezorgd verder breien tot je voldoende lengte voor het vest hebt.
Je kunt natuurlijk gewoon de aanwijzingen van het patroon volgen. Maar in mijn ervaring loont het beslist de moeite om ook voor deze fase er ter vergelijking een kledingstuk bij te pakken dat je al draagt en waar je tevreden over bent.
Zo kun je je bijvoorbeeld afvragen wat voor silhouet je wilt. Het patroon schrijft voor dat je nog een aantal keren steken moet meerderen langs de zijnaad. Je krijgt dan een zogenaamde A-lijn, een vest dat naar onder toe wat breder uitloopt, en dus ook beslist niet zal aansluiten op de heup. Er zijn andere opties, bijvoorbeeld een rechthoekig silhouet (vanaf de oksel recht naar beneden) of zelfs een getailleerd silhouet. Voor deze opties maak je geen steken bij, of (voor het getailleerde profiel) doe je eerst een paar keer een mindering, en beneden de taille maak je deze steken weer bij. Voor details over deze opties kun je het best eens kijken bij patronen van vesten of truien met die eigenschappen.
Ook voor de lengte is het verstandig even op je eigen garderobe af te gaan. Persoonlijk vind ik dit patroon een beetje kort, ik heb dus wat verder doorgebreid tot ik aan de boord begon. Ik vind het zelf wel fijn als mijn vest tot op de heup valt.

Maar dan ... moet je opeens een flink aantal steken meerderen voordat je met de boordsteek begint. Waarom is dat?
Normaal gesproken werkt een boord als een elastiekje: door de boordsteek trekt het breiwerk een beetje in elkaar zodat het om de heup wat strakker wordt. Omdat de boord ook met een dunnere naald wordt gebreid wordt dit effect extra versterkt. Je krijgt een soort bloezend effect. Kennelijk willen de ontwerpers van dit vest dat de boord los af komt te hangen op dezelfde breedte als het tricotgedeelte er boven. Omdat je wel het weefsel wilt maar niet de samentrekkende werking, moet je meer steken gebruiken voor dit gedeelte van het patroon.
Omgerekend komt het ongeveer neer op 21 % extra steken. Bovendien moet het totale aantal steken ook nog eens deelbaar zijn door 4, zodat de boordsteek goed uitkomt tussen de twee knopenbiezen.
Hier komt dus flink wat rekenwerk aan te pas.
Om een voorbeeld te geven: In mijn geval moet ik meerderen van 234 steken naar 284: er komen 50 steken bij. Hoe ga ik dat verdelen?
Om te beginnen: op de knopenbiezen komen geen meerderingen. De eerste meerdering komt direct na de eerste knopenbies, de laatste direct voor de laatste knopenbies. Na die eerste meerdering moet ik dus nog 49 meerderingen verdelen over 224 steken.
Ik laat liever niets aan het toeval over, dus ga ik uitrekenen om de hoeveel steken ik moet gaan meerderen: 224 gedeeld door 49 = 4,5714.... en nog veel cijfers achter de komma. Dus grofweg elke vierenhalve steek. Maar dat kan natuurlijk niet. Bovendien kom ik dan ook niet uit want er zit nog meer achter die komma...
Als ik 49 groepjes van 4 maak, heb ik 196 steken gebreid. Dat is 28 minder dan het aantal steken dat ik moet hebben. Die 28 moet ik dus verdelen over de groepjes van 4 door daar groepjes van 5 van te maken.
28 groepjes van 5 dus, en 21 groepjes van 4.
Ok. Maar hoe ga ik die nu weer verdelen. Ha! 21 en 28 verhouden zich tot elkaar als 3 tot 4. Voor elke 3 groepjes van 4 moet ik dus 4 groepjes van 5 maken.
Dus: *5,4,5,4,5,4,5*  en dat steeds herhalen.

Op dezelfde manier kun je uitrekenen hoe het uitpakt voor de andere maten.
O ja, zo zie je maar weer dat je echt goed rekenkundig inzicht moet hebben om een goed passend werkstuk te breien!!!



vrijdag 13 december 2019

Arendal: de oksel en wat daarna komt!

Na een paar sessies geduldig breien en kabelen heb je het punt bereikt dat je voldoende steken hebt gemeerderd, en dat de hoogte van je werkstuk het juiste aantal centimeters heeft bereikt. In de meeste gevallen zal dat ongeveer op hetzelfde moment zijn.
Nu is het tijd om verder te gaan met het rugpand en de voorpanden. De steken van de mouwen moeten er dus even tussenuit, die moeten wachten tot zij aan de beurt zijn om verder gebreid te worden.
Ook moet er een beetje extra ruimte worden gecreëerd om het tot een echte mouwinzet te maken. In de eerstvolgende naald vinden deze twee acties tegelijkertijd plaats. Het kabelmotief brei je nog steeds verder, wat met die kabel gebeurt gaat later blijken.

In het patroon wordt aangegeven welke steken voor de mouwen apart gezet moeten worden. In de praktijk is dat voor alle maten vanaf de eerste steek na de dubbele kabel in het kabelmotief. Dus vanaf die steek rijg je met je borduurnaald een aantal steken op een hulpdraad, tot je aan je andere kant van de mouw, op symmetrisch hetzelfde punt, bent aangeland. Knoop de hulpdraad losjes dicht, dan kan er met die steken niets meer gebeuren.
Omdat er op deze plek tussen het voorpand en het achterpand nog wat extra ruimte moet komen, moet je nu een aantal steken erbij opzetten om deze ruimte te overbruggen. Je zit midden in je werkstuk, en moet dus gebruik maken van een opzetmethode waar je maar 1 draad voor nodig hebt.

Eigenlijk kun je nu kiezen uit twee:
- de meest eenvoudige is de lusjes-methode:

- de ketting opzet: 

(hiervoor moet je eerst even de naald met zojuist gebreide steken in je linkerhand nemen): 
insteken in de laatst gebreide steek, omslaan, doorhalen, NIET AF LATEN GLIJDEN maar de nieuwe steek direct overzetten op de linker breinaald, en de stappen herhalen tot je het benodigde aantal steken erbij hebt gemaakt.

De tweede opzet geeft een iets steviger basis, het wordt minder flodderig. Of flodderig erg is hangt af van het werkstuk en van de plek in het werkstuk. Hier onder de oksel vind ik het niet zoveel uitmaken. 

Nadat je de steken voor de oksel hebt bijgemaakt brei je verder in patroon tot de volgende plek waar je mouwsteken apart moet zetten. Dat gaat op precies dezelfde manier. 
In het midden van de bijgemaakte steken zet je telkens een steekmarkeerder. Deze steekmarkeerder geeft je zijnaad aan. Deze zijnaad is belangrijk in het gedeelte wat nu volgt. 

We gaan namelijk de schuine lijn van het kabelpaneel voortzetten tot hij geheel in de zijnaad is verdwenen. Daarvoor hebben we enerzijds nog steeds dezelfde meerderingen aan weerskanten van het kabelpaneel die we de hele tijd al hebben gehad; aan de kant van de zijnaad moeten er nu steeds steken verdwijnen, want voorlopig moeten we recht naar beneden, en dus het zelfde aantal steken houden als waar we dit gedeelte mee gestart zijn. 
Het is natuurlijk het mooiste als ook dit weer symmetrisch gebeurt. Dus minder je VOOR de zijnaad door twee steken samen te breien, en NA de zijnaad door een overhaling te maken. 

Dan staat er in het patroon ook nog een ingewikkelde aanwijzing over het wegminderen van de brede kabel. Misschien helpt het om te beseffen dat deze kabel met zijn 6 steken eigenlijk de plaats inneemt van 3 steken. Helemaal aan het begin van het kabelpaneel hadden wij op die plekken ook steeds 3 steken per kabel gemeerderd, (waar de tekst zegt: 7 steken worden 13 steken). Voordat je die kabels begint "op te eten" moet je er dus voor zorgen dat ze hun oorspronkelijke breedte weer terugkrijgen. Dat doe je door (in de heengaande naald VOORDAT je kabelsteken moet gaan minderen) de steken van de kabel die aan de beurt is, 2 aan 2 samen te breit. Zo worden de 6 steken er weer 3, en kun je in de volgende heengaande naald ook deze drie steken laten wegvallen in de zijnaad.
Let op dat dit alleen hoeft met de kabels die 6 steken breed zijn. De smallere kabels van 2 steken minder je gewoon weg zoals je ze aantreft.

Uiteindelijk kom je op het punt dat er aan weerskanten van de zijnaad-markeerder nog maar 1 steek zit tot de markeerder van het kabelpaneel.

Dit is het moment dat je alleen nog maar tricotsteken hoeft te breien, en je verder kunt gaan met de volgende fase van het patroon.

vrijdag 6 december 2019

Arendal: het breien van de raglan met kabelpanelen

Tja wat zal ik hier eens over zeggen. Drie kwesties zijn hierbij van belang: BREISCHEMA, KABELEN en MEERDEREN.

Maar allereerst heeft het woord RAGLAN misschien wat toelichting nodig. Een raglan mouwinzet betekent zoveel als een naad die in een rechte lijn loopt, schuin vanaf de oksel tot in de nek. Een raglan mouw houdt dus ook niet op bij de schouder maar loopt door tot de halsboord. 
De Gele Trui van de Tour de France is een mooi voorbeeld!

Dit is ook de reden waarom we onze steken hebben verdeeld in  twee gedeeltes VOORPAND, twee gedeeltes MOUW, en een gedeelte RUGPAND. De overgang tussen de panden wordt steeds gevormd door het kabelpaneel. Totaal vier kabelpanelen dus. Naar onderen toe moeten de panden steeds breder worden totdat er, ter hoogte van de oksels, genoeg borstwijdte is ontstaan.
Dit gebeurt door in elke heengaande naald steeds VOOR EN NA elk kabelpaneel een steek te meerderen. Per meerdernaald komen er dus telkens 8 steken bij. 
Het patroon schrijft voor om deze meerdering te maken door in de heengaande naald een omslag te maken, en deze omslag in de teruggaande (averechte) naald gedraaid averecht te breien. Over gedraaid averecht had ik in mijn vorige post al niets leuks te zeggen. Daar komt bij dat ik deze manier van meerderen niet de allermooiste vind. Het kan zijn dat je het gaatje dat op deze manier toch ontstaat wilt gebruiken als sier-element, maar dat vind ik hier in de raglan naast die mooie kabel absoluut niet nodig. Ik kies dus liever voor een andere, minder zichtbare manier van meerderen. 
Ik vind voor dit project de mooiste manier om te meerderen: het tussendraadje tussen twee steken opnemen en dat gedraaid breien. 

Neem het tussendraadje op
Brei recht in het achterste pootje












En dan nu het Breischema, oftewel de Teltekening. Een breischema is een grafische weergave van de kunstjes die je met de steken uit moet halen. In ons breischema komen symbolen voor voor rechte en averechte steken, en voor het draaien van de kabels. 
Aan het breischema had ik al eens eerder een post gewijd: hier !

Het belangrijkste wat je moet weten van een breischema is dat je het -precies tegengesteld aan het lezen van geschreven tekst- moet lezen van onder naar boven en van rechts naar links
Dat klinkt raar maar is eigenlijk heel begrijpelijk. Wanneer je je naaldje breit begin je ook met de steek die het meest rechts op je naald staat, en de eerste naald die je breit is komt ook onderaan je werkstuk. De teltekening is dus een weergave van hoe je werk er uit komt te zien aan de goede kant en in de richting waarop het voor je neus aan de naald komt te hangen.
Een leeg vakje = recht breien aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
Een vakje met een kruisje: averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant.

Dit klinkt ingewikkeld, totdat je je realiseert dat het breischema weergeeft hoe het er aan de GOEDE kant uitziet. Brei je heen en weer, dan moet je op de teruggaande toeren iets anders doen om aan de goede kant hetzelfde effect te bereiken. 

De symbolen met de zwarte driehoeken over twee steken geven een smalle kabel aan: aan de schuine zijde van de zwarte driehoek kun je de richting aflezen. 
Bij het driehoekje met de hoogste punt rechts moet je linker steek schuin naar rechtsboven wijzen: plaats 1 steek op een kabelnaald achter het werk, 1 recht, 1 recht van de kabelnaald
Bij het driehoekje met de hoogste punt links is het precies andersom: plaats 1 steek op een kabelnaald voor het werk, 1 recht, 1 recht van de kabelnaald

Tenslotte hebben we ook nog een diagonale lijn over 6 steken. Dat zijn de kabels van 6 steken breed (waarvoor we in het vorige gedeelte die meerderingen hadden gemaakt). Ook hier zie je aan de richting van de diagonaal de richting die de bovenliggende steken moeten krijgen.
Hieronder zie je hoe een kabel naar links wordt gemaakt: 


Voor het breien van een kabel naar rechts houd je de kabelnaald met steken ACHTER het werk. Voila!
Zo, hebben we meteen de kwestie van het kabelen afgehandeld. 

Het patroon schrijft voor hoe vaak je moet meerderen, en welke hoogte je werkstuk moet hebben om aan de acties voor de oksel te beginnen. Wanneer je stekenverhouding aardig overeenkomt met die uit het patroon zullen die momenten min of meer gelijk vallen. Alleen als jouw werk afwijkt zul je misschien nog een aantal naaldjes zonder meerderingen moeten breien om de juiste hoogte te bereiken. Is het andersom (heb je de hoogte al zonder het benodigde aantal meerderingen) dan moet je je even beraden. Als je doorgaat met meerderen tot het juiste aantal steken komt je mouw (veel) te laag te hangen, en als je nu stopt met meerderen en meteen aan de oksel begint is je trui/vest waarschijnlijk te krap. 

Nog benieuwd hoe mijn project er uit zag na deze stappen? 
Even vergelijken met een bestaande trui!





zaterdag 2 november 2019

Arendal: de voorbereiding voor de kabelpanelen

Ook tijdens onze tweede lesavond is er vermoedelijk veel minder gebreid dan de deelneemsters hadden verwacht. Maar eerlijk gezegd, als ik zo eens terugdenk aan de workshops waaraan ik zelf ooit heb deelgenomen, hoort dat er wel zo'n beetje bij. Je wilt graag iets nieuws leren, dat gaat gepaard met uitleg, onwennige pogingen van jezelf, de smaak te pakken krijgen en BAM: de tijd is alweer om.
Het allereerste gedeelte van het patroon was bij iedereen goed gelukt: een boordje van 4 cm, waarin op het juiste plekje ook een knoopsgat terecht was gekomen.
Het patroon schrijft voor om vanaf dat moment over te stappen op de dikkere naalden. Als je breit met een verwisselbare rondbreinaald is de verleiding groot om meteen allebei de naaldjes te verwisselen. Uit ervaring kan ik jullie zeggen dat dat niet handig is. Tijdens het breien moeten de steken WAARIN je gaat breien op een naald schuiven die een maat dikker is dan de maat waarmee ze gemaakt zijn. Dat wordt op zijn minst een moeizame zaak. Zou je breien met vaste rondbreinaalden, dan brei je de eerste naald met je dikkere maatje je steken ook van de dunnere naald af. Datzelfde moet je doen met je verwisselbare rondbreinaald. Dus .. het tweede naaldje verwissel je pas als je je eerste naald helemaal hebt uitgebreid. Hierbij maakt het geen verschil of je rondbreit of heen en weer!

De volgende patroonopdracht was: brei met de dikkere naalden een ribbel en minder verdeeld over de naald (bij mij) 2 steken. Omdat je een ribbel breit (teruggaande naald ook recht, of bij rond breien de tweede ronde averecht) zie je aan de goede kant van het werk niet zoveel terug van deze minderingen. Daar hoef je dus niet moeilijk over te doen: gewoon twee recht samenbreien. Maar waar? Verdeeld over de naald is nogal vaag. Mij leek het wel handig om dit zo'n beetje op de plaats van de (in dit vest niet bestaande) schoudernaden te doen, dus grofweg op 1/4 en 3/4 van het aantal steken.
Waarom eigenlijk 2 steken minderen? Om het aantal steken passend te maken voor het volgende gedeelte. Oftewel: anders komt het straks niet uit.
Dit is een heel stuk tekst maar het typen gaat altijd nog sneller dan deze twee naalden breien, het aantal steken is tenslotte niet gering!

Ja, dan komt in het patroon een volgeschreven gedeelte met veel tekst en cijfers, sterretjes en liggende streepjes. Daar raak je nogal makkelijk de weg in kwijt. Aangezien we dit patroon toch van internet hebben gedownload is het mijn gewoonte om daar korte metten mee te maken. Voordat ik het ga uitprinten plak ik het in mijn tekstverwerker, en zorg ik dat in ieder geval elke nieuwe zin op een nieuwe regel begint. En ook binnen de zinnen kun je best nog wat meer onderscheid maken tussen bepaalde tekstgedeeltes zodat je gemakkelijker kunt volgen wat er aan de hand is.

Kijk maar eens naar het verschil tussen:
Ga verder als volgt – aan de goede kant: Brei 5 steken ribbelsteek, 11-12-13-15-16-18 recht, *1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 1 recht, * 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer (= deze 7 steken worden 13 steken), 18-20-20-18-20-16, *1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 1 recht, * 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 22-24-26-30-32-36 recht, * 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 1 recht, * 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 18-20-20-18-20-16 recht, *1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 1 recht, * 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 11-12-13-15-16-18 recht en 5 steken ribbelsteek = 142-150-154-158-166-166 steken. 

en deze versie (waarin ik ook de stekenaantallen voor mijn eigen maat heb gemarkeerd:
Ga verder als volgt – aan de goede kant:
Brei 5 steken ribbelsteek,
11-12-13-15-16-18 recht,
*1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer,
1 recht,
* 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer (= deze 7 steken worden 13 steken),
18-20-20-18-20-16 recht,
*1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer,
1 recht,
* 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer, 
22-24-26-30-32-36 recht,
* 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer,
1 recht,
* 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer,
18-20-20-18-20-16 recht,
*1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer,
1 recht,
* 1 omslag, 1 recht *, herhaal van *-* in totaal 3 keer,
11-12-13-15-16-18 recht
en 5 steken ribbelsteek = 142-150-154-158-166-166 steken. 
De leesbaarheid van een patroon kun je op deze manier enorm verhogen. Verdwalen doe je veel minder snel. 
Je ziet wel dat er nog steeds flink wat geteld moet worden onderweg. Hier komen de steekmarkeerders weer van pas, de modelletjes "veiligheidsspeld" die je in mijn vorige post gezien hebt. Voordat we begonnen met het breien van deze ingewikkelde instructie hebben we eerst op de belangrijke punten een markeerder tussen de steken op onze breinaald gehangen. Dus na 5 steken om de overgang van knopenbies naar voorpand te markeren (die zat er nog van toen we de boord aan het breien waren); 13 steken verderop (zodat we lekker rustig aan onze 13 steken recht kunnen breien. Dan staat er na al dat gedoe met omslagen en sterretjes iets tussen haakjes: 7 steken worden er 13. Dat helpt! Met deze steken is dus gedoe, maar daarna komt er weer iets nieuws: 7 steken verderop is het dus tijd voor een markeerder. Weer eentje na de 20 steken recht, etc. In totaal kwamen er 10 markeerders tussen de steken te hangen. Met het breien was het daardoor al een stuk relaxter; al blijft oplettendheid natuurlijk wel geboden aan welk stuk je bezig bent, en hoe je steeds die 7 steken in 13 moet omtoveren. Dat laatste gebeurt vier keer!
Over gedraaid averecht breien in de omslagen zal ik maar even niet beginnen. Dat is gewoon heel vervelend en daar heb ik ook geen truukjes voor. 

Na deze exercitie moesten 8 van de 10 steekmarkeerders op een vergelijkbare manier worden verzet om het breien van de kabelpanelen voor te bereiden. Ik zweer erbij! Zelfs als je breit zonder te kijken worden je vingers vanzelf gewaarschuwd dat het even tijd is om op te letten!


zaterdag 26 oktober 2019

Arendal: de halsboord

Aan het eind van onze eerste lesavond wist iedereen hoeveel steken er voor de halsboord moeten worden opgezet. Omdat het hele vest in één stuk wordt gebreid, zijn dat er voor alle maten al over de honderd. Wanneer je tijdens het opzetten regelmatig even wilt tellen hoe ver je al bent, is dat tijdrovend en een foutje is gauw gemaakt.
Ik raad daarom altijd aan om op regelmatige afstanden een steekmarkeerder tussen de steken op je naald te hangen. Bijvoorbeeld elke 20 of 25 steken. Wanneer je eenmaal hebt vastgesteld dat je markeerder op de juiste plaats hangt, hoef je dat stukje de volgende keer niet meer te tellen. Moet je bijvoorbeeld 134 steken opzetten, dan kun je na 20, 40, 60, 80, 100 en 120 steken een steekmarkeerder plaatsen. Je weet dan dat je zes groepjes van 20 moet hebben en daarna nog een groepje van 14. Dat geeft veel meer rust en minder kans op fouten.


Steekmarkeerders zijn er in allerlei vormen. Hier zie je een aantal voorbeelden. Overal te koop, zowel op het web als in stenen wolwinkels en handwerkzaken, op de markt bij de wolkraam, noem maar op.
Het belangrijkste verschil tussen de voorbeelden hiernaast is of je de steekmarkeerder wel of niet kunt open maken. De modelletjes links lijken op een paperclip of een veiligheidsspeld; deze kun je op elk moment tussen de steken je naald plaatsen. Dat kan handig zijn als je je volgende patroonregel met een aantal herhalingen eerst zorgvuldig wilt doorlezen, en intussen vast op de cruciale plekken een waarschuwing wilt plaatsen. Ook een mogelijkheid is om deze steekmarkeerders niet om de naald te hangen
maar om een steek. Omdat je ze open kunt maken kun je ze altijd weer verwijderen.

De ringetjes op de rechter foto kun je alleen maar op de naald plaatsen of er weer afhalen op de plek waar je op dat moment met een steek bezig bent. Mocht je toevallig per ongeluk door zo'n ringetje heen breien, dan kun je het er ook niet meer tussen uit krijgen. Als voordeel hebben ze echter dat ze maar heel weinig ruimte innemen en je draad er makkelijk omheen kan!

De markeerders hier links onderaan zijn van metaal en sluiten ook mooi aan.
Maar je kunt natuurlijk ook een duik in je bureaula nemen: gewone paperclips doen het ook prima!


Goed, mijn deelnemers gaan deze week lekker zelf verder met het breien van de boord. Maar ook daar zit weer een addertje onder het gras.
Volgens de patroonaanwijzingen moet er op drie cm hoogte een knoopsgat worden gebreid in de rechter knoopbies. Ik had dus zelf wel even een paar minuutjes proberen en goed nadenken nodig om zeker te weten wat in mijn breiwerk de rechter knoopbies ging worden. Omdat we van boven naar beneden breien hangt ons werk ondersteboven aan de naalden, en zit de rechter knoopbies dus precies aan de kant waar je hem niet verwacht.
Knoopsgat in rechter knoopbies
Mijn oplossing om hier proefondervindelijk achter te komen is: leg je boordje in wording even met rondbreinaald en al om je nek, waarbij uiteraard de opzetrand bovenaan komt. Nu verschijnt de rechter knoopbies gewoon waar hij hoort: tussen je nek en je rechterschouder. Grijp je kans en maak deze hoek onmiddellijk duidelijk herkenbaar door er bijvoorbeeld een draadje in een afwijkende kleur doorheen te rijgen, dan gaat het nooit meer fout!

O ja, en ook niet vergeten dat je het breien van de boord doet met de dunnere naalden van de twee die je klaar had liggen!!
Klaar voor de volgende les!

vrijdag 25 oktober 2019

Arendal: Een avondje meten en rekenen

De eerste bijeenkomst van het Arendal samenbrei project zit er op.
Het was een avondje vol meten en rekenen. Er gaat heel wat wiskunde vooraf aan het opzetten van je breiwerk!
We waren dus met zijn vieren, en dat leverde 4 verschillende resultaten op voor de stekenproef. Dat ligt voor een deel aan de hand van breien, maar voor een groot deel ook aan de keus van je garen.
De uitkomst van de stekenproeven was:
1 x 16 steken per 10 cm (eigen garen dat eigenlijk bedoeld was voor een dikkere breinaald)
1 x 19,5 steken per 10 cm  en 20 steken per 10 cm (2 verschillende kleuren van het voorgeschreven garen, en ook twee verschillende handen van breien!)
1 x 21 steken per 10 cm (nét iets andere garensoort).

Als het patroon uitgaat van 20 steken per 10 cm, heb je voor een omtrek van 1 meter 200 steken nodig. Met een stekenproef van 16 steken per 10 cm geven 200 steken een omtrek van 125 centimeter. Dan wordt je kledingstuk dus flink te ruim.
Met een stekenproef van 21 steken per 10 cm geven 200 steken een omtrek van ruim 95 centimeter. Je vest wordt een maat te klein.
In beide gevallen zonde van de moeite.

Het patroon is beschreven in zes maten. Maar je kunt niet zomaar zeggen: ik draag altijd confectiemaat Large, dus ik pak het stekenaantal dat hoort bij de aanduiding L van dit patroon. Ieder merk heeft toch een beetje zijn eigen maatsysteem, en je weet ook niet precies met hoeveel extra "draagruimte" ze rekening houden.
Het is dus belangrijk om uit te gaan van een kledingstuk dat goed zit om je eigen lijf, en de maten daarvan als uitgangspunt te nemen. In het patroon staat een schema met afmetingen (lengte, breedte, hoogte) van het kledingstuk als het af is. Deze afmetingen hebben wij vergeleken met de afmetingen van onze eigen fijne truien.
In het bijgaande plaatje zie je bovenin het schema met afmetingen zoals die in het patroon staan, in het onderste schema heeft iedereen haar eigen afmetingen genoteerd.
Het is dan zaak om in het bovenste schema te zoeken naar de afmetingen die het dichtst liggen bij de afmetingen van je eigen kledingstuk. Volgens mij is de belangrijkste maat daarin de bovenwijdte, die breedte bepaalt het aantal steken. De lengte kun je altijd nog aanpassen door meer of minder toeren te breien.

Dus: het aantal centimeters van de bovenwijdte bepaalt de maat die je in het patroon gaat volgen. Dat is heel fijn als je stekenproef erg dicht ligt bij de opgegeven waarden. Heb je een half steekje afwijking, dan kun je dat nog eenvoudig compenseren door je bovenwijdte naar boven of  naar beneden af te ronden. Bij voorbeeld: degene met 19,5 steken per 10 cm krijgt een IETS wijder resultaat. De bovenwijdte die zij in haar bestaande kledingstuk heeft gemeten lag tussen twee waarden van het bovenste schema in. Zij heeft dus haar stekenproef kunnen compenseren door van die twee waarden de laagste te kiezen.

Als je stekenproef meer afwijkt moet je het anders aanpakken. Je moet dan echt gaan omrekenen hoeveel steken jij dan moet opzetten om het beoogde resultaat te bereiken.
Voorbeeld:
Stekenproef 21 steken per 10 cm. Voor maat M moet je volgens het patroon 128 steken opzetten. Maar dan wordt je werkstuk dus 1/20 krapper. Voor elke 20 steken van het patroon heb jij er 21 nodig om het juiste resultaat te bereiken. 128 steken moeten er dan 134 worden. Voor maat L schrijft het patroon 132 steken voor. Close enough. Dat scheelt de breister een hoop rekenwerk bij alle aanpassingen voor meerderen/minderen, en bijvoorbeeld het verdelen van steken voor de kabels en de mouwen. Alleen even opletten dat je voor lengtematen in centimeters nog wel je oorspronkelijke maat volgt.

Nog een voorbeeld:
Stekenproef 16 steken per 10 cm. Als het patroon voor jouw maat 144 steken voorschrijft moet je dat dus even omrekenen naar jouw eigen getal; 144 delen door 20 (het voorgeschreven aantal steken per 10 cm) en het resultaat vermenigvuldigen met 16 (jouw stekenproef). Zo rekenen we in stukjes van 10 cm. 144/20*16 = 115. Voor alle vermeldingen in aantallen steken raadpleeg je dus de aanwijzingen voor de versie die daar het dichtste bij ligt: 120 steken.

Het zal de lezers niet verbazen dat al dit meten, rekenen, en uitproberen het grootste deel van de avond in beslag heeft genomen. En dat na twee uur iedereen blij was dat tenminste het benodigde aantal steken op de naald stond, zodat er thuis aan de boord kon worden verder gebreid!



dinsdag 8 oktober 2019

Arendal: Vervolg op de proeflapjes

Zoals je in mijn vorige post hebt kunnen lezen was ik helemaal niet tevreden over mijn proeflapjes.
De theorie die ik zo ijverig verkondig moet ik natuurlijk zelf ook waarmaken.
Ik heb dus mijn proeflapje uitgehaald en ben opnieuw begonnen. 
Deze keer heb ik opgezet zonder bijzonderheden, en eerst een paar naaldjes boordsteek gebreid zodat het geheel een beetje stevige basis kreeg en niet meer zo omkrulde. 
Zie hier het resultaat: 
Nog steeds niet krul-vrij, dus heb ik ook maar eens uitgeprobeerd wat het effect van wassen is op dit lapje. Bij wassen moet je je trouwens niet al te veel voorstellen: door en door natmaken, even goed droogdeppen met een handdoek, en dan plat liggend verder laten drogen zonder enige vorm van aandrang: dus losjes plat op de handdoek leggen, niet in de vorm trekken, niet vastspelden. Ook niet ophangen want dan gaat de zwaartekracht weer iets doen. Misschien. 
Afijn, na dit alles kon ik het lapje als volgt op de foto zetten: 

Verbaas je vooral niet over het kleurverschil, het is echt hetzelfde lapje, maar de ene keer bij kunstlicht op een donkere ondergrond, de andere keer bij daglicht op een lichtere ondergrond. Het belangrijkste verschil is dat de krul er grotendeels uit is, de wol is "ontspannen". 

Maar nu de meting: 
Voor het natmaken

Beide tellingen komen behoorlijk dicht bij de 20 steken per 10 cm uit. 
Als je echt van dichtbij kijkt zie je nog wel wat onregelmatigheden maar zo lang mijn vriend(inn)en nog niet met een loep mijn kleding komen inspecteren ben ik tevreden!
Na het drogen

zondag 6 oktober 2019

Arendal: Proeflapje

Mijn nieuwste cursusproject is eigenlijk meer een samenbreiproject, maar natuurlijk valt er weer van alles te onderzoeken en te leren. En hoewel ik had gezegd dat er geen huiswerk aan te pas zou komen is dat natuurlijk niet echt waar.
Het huiswerk begint zelfs al voordat de eerste stap naar mijn huiskamertafel is gezet.
Als je een goed passend kledingstuk wilt breien aan de hand van een patroon, kun je namelijk niet zomaar beginnen.
Het patroon gaat meestal uit van een bepaald garen. Een patroon vermeldt altijd wat de steekverhouding is waarmee het beoogde resultaat bereikt kan worden.
De steekverhouding (ook wel stekenproef genoemd) geeft aan hoeveel steken er op 10 cm passen. Zowel in de breedte als in de hoogte. Daarom kunnen zij voorschrijven hoeveel steken je nodig hebt en wat dan de breedte van het werkstuk wordt.

Voordat je met je werkstuk kunt beginnen, moet je dus onderzoeken of jouw breiwerk tot dezelfde verhoudingen komt. Zelfs als je breit met hetzelfde garen als het patroon voorschrijft! Iedereen breit namelijk anders, de een breit wat strakker, de ander wat losser. En zelfs al scheelt jouw resultaat maar 1 steek per 10 cm, bij een vest gaat het al gauw om een omtrek van 1 meter (bij de grotere maten loopt dat nog op tot bijna 140 cm). Dan heb je dus 10 tot 14 steken meer dan het patroon, en wordt je vest 5 - 8 cm wijder dan je bedoelde! Dat scheelt al gauw één of twee maten!!!!

GA DUS NOOIT BLIND AF OP DE GEGEVENS OP DE WIKKEL VAN JE GAREN! MAAK ALTIJD EEN PROEFLAPJE!

Proeflapjes breien is natuurlijk niet leuk. Maar het is nog veel minder leuk om je half affe werkstuk weer te moeten uithalen en opnieuw te beginnen omdat de maat niet klopt. Of om het helemaal af te breien en om diezelfde reden nooit met plezier te kunnen dragen!

Ik ben dus ook braaf begonnen aan mijn eigen proeflapje. Daar komt nog best het een en ander bij kijken, en daarvan wil ik jullie ook maar eens deelgenoot maken.

Om te beginnen: de stekenproef vermeldt altijd het aantal steken en het aantal naalden per 10 cm. In het geval van "ons" vest 20 steken en 26 naalden met breinaald maat 4,5 mm.
De verleiding is groot om dan 20 steken op te zetten, 26 naalden te breien en te gaan meten of je dan 10x10 cm hebt. Helaas is dit geen goede methode. Alle randen van je werkstuk geven namelijk geen juiste indicatie van je verhoudingen. De opzet is geen gewone steek, de zijkanten zijn altijd onregelmatiger dan het midden, en de afkantrand wijkt ook af.
ZET DUS ALTIJD MINSTENS DE HELFT MEER STEKEN OP DAN DE OPGAVE OP DE WIKKEL OF IN HET PATROON!

De stekenverhouding staat altijd aangegeven in tricotsteek. Dus recht op de heenweg, averecht op de terugweg. Dat wil zeggen als je heen-en-weer gaat breien. Als je gaat rondbreien moet je ook je proeflapje rondbreien (dus alleen recht), anders is het geen goede vergelijking met hoe je je werkstuk gaat maken.

Goed, ik had dus een proeflapje gebreid. 50 steken opgezet (op een extra dikke naald zodat ik de eerste naald makkelijk kon insteken), gebreid met nld 4,5 en na een cm of 6 overgestapt op de dunnere naalden voor de boord.

Dan krijg je dus dit: het krult aan alle kanten dus hier kun je echt helemaal niets aan meten.


Vervolgens heb ik geprobeerd de hoeken vast te steken aan de ondergrond.

Je ziet meteen de onvolkomenheden: de zijkanten krullen nog steeds naar binnen, de onderkant krult naar boven waar hij kan, en de steken op de kabel van de rondbreinaald liggen ook niet keurig op een rijtje plat op de ondergrond.
(Zie je het doorgeregen draadje? Dat is de plek waar ik ben overgestapt op de dunnere breinaald).

Voor de derde versie (nog steeds hetzelfde lapje) heb ik de steken overgezet op een rechte naald. Dat lukte al wat beter, kijk maar:

Het krullen van de onderkant en aan de zijkanten is nog niet opgelost, maar ik dacht .....
daarvoor had ik nu juist al die extra steken opgezet, zodat ik alleen maar de middelste steken zou hoeven meten.




Dit leuke meetframe heb ik een keer kado gekregen bij een brei-blad. Wel handig, want je hoeft het alleen maar op je breisel te leggen, en binnen in het kader kun je handig je steken tellen. Ik leg hem graag zo dat de linker binnenrand precies langs een kolom steken ligt, dan kun je fijn tellen. Misschien dat een rechtshandige brei(st)er zich liever op de rechter binnenrand richt, dat kan natuurlijk ook.
Detail van de meetfoto
Ziet er op zo op het oog netjes uit, in aanmerking genomen dat de foto niet helemaal recht is genomen. Langs de onderrand zie ik 18,5 V-tjes. Dus ik haal niet de 20 steken per 10 cm die het patroon voorschrijft. Maar .....
... als we een beetje verder kijken zien we dat de kolommen steken niet loodrecht omhoog gaan, maar dat de steken zich verdichten. Op 5 cm hoogte zit ik opeens op 20,5. Ietsje meer dan het doel, dus nog steeds niet perfect. 
De conclusie is dat ik nu per 10 cm een halve steek meer heb dan het patroon. Ik heb dus ietsje strakker gebreid. Maar welke meting moet ik nemen? 0,5 steek verschil per 10 cm maakt op de borstomvang een verschil van ongeveer 5 steken = ongeveer 2,5 cm strakker. Maar de eerste meting scheelt volgens diezelfde logica 15 steken op het totaal dus mijn werk zou dan 7,5 cm wijder worden. En dat is echt te veel. 

Omdat ik ook nog een stuk had gebreid met nld maat 4 mm heb ik die ook gemeten: 
Hier kom ik dus wel tot de benodigde 21 steken per 10 cm, en dat komt netjes overeen met de opgave. Maar.... het is wel net ONDER de breinaald, en dus niet gezegd dat dit ook mijn uiteindelijke resultaat gaat worden. En als je zo op de mm gaat studeren zie je toch ook dat het niet zo mooi regelmatig gebreid is. 

De officiële brei-goeroes vinden overigens ook dat je je proeflapje eerst moet wassen en plat liggend laten drogen voor de juiste eind-uitslag. Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik daarvan vind. 
Het zorgt er natuurlijk wel voor dat je breisel alle invloeden van trekken en spanningen is vergeten, dus volkomen ontspannen de meting ondergaat. Aan de andere kant ga je straks je breiwerk ook meten terwijl het nog op de naalden staat en niet gewassen is. 
Stel dat door het wassen het aantal naalden/steken gaat afwijken van het ongewassen breisel. Waar ga je je dan op richten? Patroon aanhouden of omrekenen? Hoe vaak ga je je breisel wassen als het eenmaal af is? 
Kortom, ik heb nog even genoeg voor te bereiden. In ieder geval nog eens zorgvuldig opnieuw een proeflapje maken met extra aandacht voor de regelmatigheid. (wie weet lost het wassen en plat drogen die schots en scheve kolommen wel op!)
In een volgende post kom ik er op terug hoe we de resultaten van het proeflapje gaan gebruiken om in het patroon de juiste keuzes te maken!




zondag 29 september 2019

Goed nieuws!


Het is hier even stil geweest. Sommigen van jullie weten dat ik het even rustig aan moest doen vanwege een overbelaste duim. Gelukkig is alles genezen zonder heftige medische ingrepen maar dat heeft dus wel lang geduurd.

Ik wil graag weer iets organiseren om de brei-inspiratie gaande te houden, maar het wordt wel heel erg moeilijk om nieuwe lesstof te bedenken dat een groepje belangstellenden trekt. Voor mij is 1 cursist ook goed maar voor jullie speelt natuurlijk de onderlinge gezelligheid ook een grote rol, en dan mag de tafel best wat voller!

Daarom heb ik nu een ander voorstel, in de vorm van een soort samenbrei-project.

Ik ga voor mezelf een vest breien: Arendal van Drops Design. Hieronder zie je een paar voorbeelden die door anderen zijn gebreid:


Het wordt gebreid vanaf de nek naar beneden en heeft een raglan mouw met een mooie kabeldecoratie. Het wordt gebreid op naalden 4,5 mm voor het lijf en 4 mm voor de boorden. De mouwen worden in het rond gebreid. Het lijf kan met rechte naalden gebreid als je dat graag wilt, maar voor de mouwen heb je dus rondbreinaalden nodig.
Voor dit patroon wordt Drops Puna voorgeschreven, dat is een alpacagaren . Hoeveel je nodig hebt hangt van je maat af: van S (500 gr) tot XXXL (800 gr). Elke maat extra 50 gr extra.
Maar elk garen dat een steekverhouding geeft van 20 steken en 26 naalden per 10 cm is goed. Houd rekening met de looplengte, en koop eventueel een reservebol.

Mijn idee is als volgt: We spreken een aftrapdatum af. Dat kan een dinsdagavond zijn of een woensdagochtend, of eventueel allebei.
Ik laat de strakke les-opzet los. We breien allemaal aan hetzelfde project, maar er is geen sprake van vaste instructiemomenten of huiswerk. Het kan dus zijn dat iedereen op een ander punt bezig is met het vest. Ik help en adviseer waar nodig.
Het patroon is gratis te downloaden op de website van Garnstudio. Ik ga het niet bewerken of verduidelijken. Ik zorg wel dat er instructiemateriaal is voor bv de kabels en andere kunstjes waar nodig.
Ik vind dat ik voor deze opzet geen echt lestarief kan vragen. Wat dan wel, daarover hoor ik ook graag jullie ideeën.

Ik hoop dat ik jullie hier een plezier mee kan doen, mezelf in ieder geval wel!!

Ik heb mijn patroon al uitgeprint en mijn garen besteld dus misschien kun je tijdens de eerste bijeenkomst al een voorproefje krijgen!!


woensdag 30 januari 2019

BREIDUIM

Ik had er over gelezen, maar nu is het mij ook overkomen..... Zo fanatiek aan het breien geweest dat het lichaam is gaan protesteren.

De oorzaak was mijn Eloïse trui. Het patroon is te vinden op de pagina van Drops Garnstudio. Ik had dit patroon al jaren eerder gezien; het groene alpaca garen had ik ook al jaren in huis, maar soms kan het wat tijd kosten voordat patroon en garen samen in het juiste geestelijke bakje vallen. Ik was vooral erg weg van de pas met de gerimpelde randjes.

Toen het project gekozen was, was ik ook vastbesloten om deze trui af te hebben voordat
1: het me alweer zou gaan vervelen
2: de motten me voor zouden zijn (zoals met mijn Drijfhout trui)
3: het truienseizoen alweer voorbij zou zijn.
Ik heb dus elke gelegenheid aangegrepen om mijn trui een stukje vooruit te helpen. Dat was niet moeilijk: hij wordt van onder af in het rond gebreid, en minstens 3/4 is het dus een kwestie van zonder al te veel nadenken rechte steken blijven breien. Kan dus overal mee naar toe, zo lang je af en toe even meet of je al aan de armsgaten toe bent.
Ik heb overigens wel wat meer lengte genomen voor het lijf en de mouwen dan in het patroon stond, en dat was maar goed ook. Als referentie daarvoor heb ik twee geslaagde truien genomen die ik al veel eerder gebreid had, namelijk deze en deze. Deze twee draag ik allebei al jaren met veel plezier, maar kan ik je helaas niet in mijn eigen uitvoering op de foto laten zien.
Het harde werken had resultaat: in 3,5 week was mijn trui klaar. Grotendeels met dubbele draad gebreid op een 4 mm rondbreinaald. Maar denk maar niet dat dat ontspannen breit: je moet bij elke steek blijven opletten of je wel met beide draden hebt omgeslagen.
Ik was dus heel blij met mijn trui. Tot ik na enige tijd begon te merken dat mijn rechterduim niet meer soepel bewoog, en in beide gewrichten knakte als ik hem gebruikte. En eigenlijk trok er ook wel een pijntje door tot aan mijn elleboog. Geen tenniselleboog maar een breiduim dus. Overbelaste spieren/pezen gaan protesteren! De remedie? Ontzien en wachten tot het over is.
Voorlopig wordt hier in huis dus niet tot nauwelijks gebreid, wat best moeilijk is. Die leuke sokken wil ik ook een keer af, en met 1 toer per dag gaat dat nog maanden duren!